Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 oktober 2012,
- het deskundigenbericht,
- de conclusie na deskundigenbericht door [eiser],
- de antwoordakte door [gedaagde].
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen voormalige partners over de toedeling van hun gezamenlijke woning en de verdeling van de daaraan verbonden hypothecaire lening. De woning werd getaxeerd op €490.000, terwijl de hypothecaire schuld €565.986 bedroeg, hetgeen een onderwaarde van €75.986 opleverde. Partijen waren het eens over toedeling aan de man, die tevens de aflossing van de lening op zich neemt en de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid ontslaat.
De vrouw werd door de rechtbank verplicht mee te werken aan de overdracht van haar aandeel binnen twee weken, waarbij het vonnis in de plaats treedt van haar wilsverklaring indien zij niet meewerkt. De rechtbank wees een dwangsom af wegens onvoldoende onderbouwing. Ten aanzien van de restschuld bepaalde de rechtbank dat de vrouw 35% daarvan draagt (€26.595,10) om te voorkomen dat zij financieel wordt geruïneerd, mede gezien haar lagere inkomen en de belangen van hun minderjarige kinderen.
Verder werd bepaald dat beide partijen ieder de helft van de notariskosten en bancaire kosten dragen. De rechtbank wees de vordering van de man tot betaling van een hoger bedrag af, mede omdat de restschuld nog niet opeisbaar is. Proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd op 9 april 2014 uitgesproken door rechter H. Phaff.
Uitkomst: De woning wordt toegewezen aan de man met een aangepaste verdeling van de restschuld en de vrouw wordt verplicht mee te werken aan de overdracht binnen twee weken.