ECLI:NL:RBMNE:2014:1325

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 april 2014
Publicatiedatum
4 april 2014
Zaaknummer
16-701875-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte witwassen wegens ontbreken wetenschap van crimineel geld

Op 26 oktober 2012 werd verdachte aangehouden in een BMW waarin een grote som geld werd aangetroffen. Verdachte werd verdacht van het witwassen van geldbedragen van €27.950,-, €1.100,- en €600,-. Tijdens de zitting op 21 maart 2014 was verdachte afwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. De officier van justitie stelde dat verdachte wist dat het geld afkomstig was van een misdrijf, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte geen wetenschap had van het geld.

De rechtbank overwoog dat niet kon worden vastgesteld wie van de inzittenden wetenschap had van het geld in de auto of op de looproute. Ook kon het bedrag van €1.100,- aangetroffen bij verdachte niet worden gelinkt aan het geld in de auto of op de looproute. Gezien het ontbreken van bewijs van wetenschap sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen.

Ten aanzien van het beslag werd het bedrag van €1.100,- aan verdachte teruggegeven, terwijl de bedragen van €27.950,- en €600,- in bewaring werden gesteld ten behoeve van de rechthebbende, omdat niet kon worden vastgesteld wie eigenaar was. De rechtbank besloot tot vrijspraak en de genoemde beslagmaatregelen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wetenschap had van het criminele geld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/701875-12 (P)
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 april 2014
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats](Marokko) op [1988]
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres
[adres].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2014.
De verdachte is niet verschenen. De raadsman van verdachte, mr. J.H.L.C.H. Kuijpers, advocaat te Amsterdam heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging ter terechtzitting te voeren.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.
De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 26 oktober 2012 te Utrecht al dan niet in vereniging met anderen geldbedragen heeft witgewassen.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat die geldbedragen – middellijk of onmiddellijk – van misdrijf afkomstig waren.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman is van mening dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte niets af wist van het geld onder de bijrijdersstoel in de auto. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er geen enkele aanleiding is te veronderstellen dat verdachte wel wetenschap had van het geld. De raadsman heeft ten aanzien van de op de looproute aangetroffen 600,00 euro aangevoerd dat er geen enkele link kan worden gelegd tussen verdachte en het geld. Ten aanzien van de bij verdachte aangetroffen 1.100,00 euro heeft de raadsman aangevoerd dat dit geld een legale herkomst heeft en bovendien niet gelinkt kan worden met de 27.950,00 euro en de 600,00 euro.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank baseert haar oordeel op het volgende.
Op 26 oktober 2012 omstreeks 01.29 uur zagen verbalisanten [A]en [B] op de Aziëlaan in Utrecht een zwarte personenauto van het merk BMW en voorzien van het kenteken [kenteken]. De tenaamgestelde van het voertuig bleek te zijn [C]. Toen verbalisanten hun dienstvoertuig naast de BMW tot stilstand brachten zagen zij drie inzittenden. Verbalisanten zagen dat de bestuurder van de zwarte BMW wegreed. Verbalisanten reden de BMW achterna. De BWM kwam tot stilstand en de bijrijder en de passagier, die achter de bijrijder zat, stapten beiden uit en liepen weg in de richting van de Van Eechoudlaan te Utrecht.
Verbalisant [A]stapte uit het dienstvoertuig, liep naar de bestuurder van de BMW, zijnde medeverdachte [D], en zag hierbij dat zich onder de bijrijdersstoel van de BMW een blauwe plastic zak uitstak. Verbalisant zag dat uit de zak veel bankbiljetten van vijftig euro staken. Dit geld bleek te bestaan uit verschillende bankbiljetten van in totaal € 27.950,-.
Verbalisant [B] reed de weggelopen twee passagiers van de BMW achterna en hield beide passagiers van de BMW constant in het zicht. Hij hield de passagiers staande op ongeveer 40 meter afstand van de kruising met de Fernandezlaan. De bijrijder gaf op te zijn [verdachte] (zijnde verdachte). De passagier achter de bijrijder, medeverdachte, bleek na controle te zijn [E].
Op de looproute van de passagiers ter hoogte van de plek waar zij staande zijn gehouden trof verbalisant [B] een stapel met 60 bankbiljetten van tien euro. Dit geld was op dezelfde manier verpakt als het geld dat in de auto is aangetroffen, namelijk met elastiekjes en één opgevouwen bankbiljet om het totaal aan bankbiljetten bij elkaar te houden.
Bij de insluitingsfouillering van verdachte is een geldbedrag van € 1.100,- aangetroffen.
De rechtbank overweegt op grond van het bovenstaande en het verhandelde ter zitting dat niet kan worden vastgesteld waar de zak met geld zich in de BMW bevond. In het proces-verbaal van bevindingen staat dat de zak van onder de bijrijdersstoel uitstak. [1] Tevens staat er in dat proces-verbaal dat het geld zich achter de bijrijdersstoel bevond. [2] Op basis hiervan kan niet worden vastgesteld of en voor wie van de inzittenden van de BMW deze zak met geld zichtbaar was. Hier komt bij dat verdachte, de medeverdachten en de eigenaar van de auto niets wensten te verklaren over de aanwezigheid van het aangetroffen geld dan wel ontkenden dat het geld van hen is.
Op basis van het dossier kan evenmin worden vastgesteld wie van de twee passagiers, verdachte of medeverdachte [E], de stapel met geld op de looproute heeft laten liggen en of de ander daar enige bewustheid van had.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op bovenstaande niet kan worden vastgesteld of en wie wetenschap had van de aanwezigheid van het geldbedrag in de auto en het geldbedrag op de looproute van verdachte en medeverdachte [E]. Het aangetroffen bedrag in de fouillering van verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank op basis van het dossier op geen enkele wijze worden gelinkt aan het geld in de auto en op de looproute. De rechtbank acht - nu de wetenschap en daarmee de bewustheid met betrekking tot aanwezigheid van het geld in de auto en het geld op de looproute ontbreekt - niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen of alleen geldbedragen heeft witgewassen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde.

5.Het beslag

5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van de in beslaggenomen geldbedragen van € 27.950,-, € 1.100,- en € 600,-.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
Teruggave van het geldbedrag van € 1.100,-
Onder verdachte is een geldbedrag € 1.100,- in beslag genomen. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf. De rechtbank beveelt daarom teruggave van dit geldbedrag aan verdachte.
Bewaring ten behoeve van rechthebbende van de geldbedragen van € 27.950,- en € 600,-
In onderhavige zaak is uit de BMW een geldbedrag van € 27.950,- in beslag genomen. Op de looproute van verdachte en medeverdachte [E] is een bedrag van € 600,- aangetroffen, welke in beslag is genomen. Niet kan worden vastgesteld aan wie deze geldbedragen toebehoren. De verdachte, de medeverdachte, de eigenaar van de BWM noch iemand anders hebben zich als eigenaar van deze geldbedragen gemeld. De rechtbank zal voor deze geldbedragen de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

6.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
Spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde.
Beslag
Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven, geldbedrag van € 1.100.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedragen van € 27.950,- en € 600,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en M.P. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 april 2014.
BIJLAGE: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 26 oktober 2012, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen
en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een of meerdere
voorwerp(en), te weten (een) (contant(e)) geldbedrag(en) van 27.950,00 euro
en/of 1.100,00 euro en/of 600,00 euro, de werkelijke aard, de herkomst, de
vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of
verhuld, dan wel heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op
dat voorwerp was, of wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had,
en/of dat/die voorwerp(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voetnoten

1.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0910 2012239321-12, blz. 106 van het proces-verbaal nr. PL091A 2012239321.
2.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0910 2012239321-12, blz. 107 van het proces-verbaal nr. PL091A 2012239321.