Op 6 maart 2013 gaf verdachte het slachtoffer een krachtige vuistslag tegen het hoofd, waardoor het slachtoffer achterover viel en met zijn hoofd hard op de grond terechtkwam. Dit leidde tot ernstige hersenschade, waaronder schedelbreuk en hersenbloeding, met blijvende gevolgen.
De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen kon worden dat verdachte willens en wetens het zware letsel heeft beoogd of de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard, waardoor verdachte werd vrijgesproken van zware mishandeling. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte mishandeling met zwaar lichamelijk letsel heeft gepleegd.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De rechtbank legde een werkstraf van 240 uren op, met vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving, rekening houdend met de ernst van het letsel, de omstandigheden, en het verleden van verdachte als professioneel bokser.