ECLI:NL:RBMNE:2014:1334

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 januari 2014
Publicatiedatum
5 april 2014
Zaaknummer
16-661368-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14h SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing nietigheid oproeping na veroordeling tot voorwaardelijke straf

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 31 januari 2014 een vordering van de officier van justitie om de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog uit te voeren tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De veroordeelde was niet verschenen op de zitting en diens raadvrouwe verklaarde niet gemachtigd te zijn om namens hem het woord te voeren. Uit de stukken bleek dat de oproeping van de veroordeelde niet was uitgereikt op een wettelijk voorgeschreven wijze, hetgeen de rechtbank beoordeelde aan de hand van artikel 14h van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op deze onregelmatigheid verklaarde de rechtbank de oproeping nietig, waardoor de vordering van de officier van justitie om de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer te leggen niet kon worden toegewezen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en uitgesproken ter openbare zitting.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping van de veroordeelde nietig, waardoor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf niet kan plaatsvinden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/661368-13
Datum uitspraak: 31 januari 2014
BESLISSING NA VEROORDELING
TOT VOORWAARDELIJKE STRAF
Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland van 31 januari 2014, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 22 juli 2013, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],
wonende te [woonplaats], [adres].
Bij voormeld vonnis is [verdachte] voornoemd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, met bevel dat 3 maanden van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de daarbij op twee jaar vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarde, dat veroordeelde zich meldt bij de reclassering, deelneemt aan de gedragsinterventie GI-RN Cognitieve vaardigheden, GI GGZ Korte Leefstijltraining en GI RN Arbeidsvaardigheden en meewerkt aan psychodiagnostisch onderzoek.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.

De procesgang

De veroordeelde is niet ter zitting verschenen. De raadvrouwe mr. C. van Oort is ter zitting aanwezig en verklaart niet te zijn gemachtigd om namens veroordeelde het woord te voeren.

Overweging

Uit de stukken is gebleken dat de oproeping van de veroordeelde niet is uitgereikt op een bij de wet voorgeschreven wijze.
De rechtbank heeft gelet op artikel 14h van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank verklaart de oproeping van de veroordeelde voor de zitting van heden nietig.
Aldus gedaan door mrs. M.P. Glerum, L.M.G. de Weerd en P.P.C.M. Waarts, bijgestaan door drs. E.M.S. Arduin als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 31 januari 2013.