ECLI:NL:RBMNE:2014:1334
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing nietigheid oproeping na veroordeling tot voorwaardelijke straf
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 31 januari 2014 een vordering van de officier van justitie om de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog uit te voeren tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De veroordeelde was niet verschenen op de zitting en diens raadvrouwe verklaarde niet gemachtigd te zijn om namens hem het woord te voeren. Uit de stukken bleek dat de oproeping van de veroordeelde niet was uitgereikt op een wettelijk voorgeschreven wijze, hetgeen de rechtbank beoordeelde aan de hand van artikel 14h van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op deze onregelmatigheid verklaarde de rechtbank de oproeping nietig, waardoor de vordering van de officier van justitie om de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer te leggen niet kon worden toegewezen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en uitgesproken ter openbare zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping van de veroordeelde nietig, waardoor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf niet kan plaatsvinden.