De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor smaad, belaging en bedreiging jegens een slachtoffer in de gemeente Almere en elders in Nederland, gepleegd tussen 26 oktober 2009 en 14 april 2010. Verdachte heeft onder meer dreigende mails en berichten gestuurd aan het slachtoffer, diens advocaat, partner en zakelijke relaties, met het kennelijke doel de eer en goede naam van het slachtoffer aan te tasten en hem te intimideren.
De rechtbank achtte het bewijs, bestaande uit verklaringen van het slachtoffer, afschriften van berichten en de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van een specifieke telefonische mededeling die onvoldoende bewezen werd geacht. Het beroep van verdachte op psychische overmacht werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat hij redelijkerwijs geen weerstand kon bieden aan zijn gedragingen.
De officier van justitie had een werkstraf van 120 uur geëist, maar de rechtbank legde een geheel voorwaardelijke werkstraf van 100 uur op, mede vanwege de aard van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop sinds de feiten en de overschrijding van de redelijke termijn. De werkstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd, met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar en veroordeelde hem overeenkomstig, terwijl hij werd vrijgesproken van enkele minder bewezen tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 13 maart 2014 te Lelystad.