ECLI:NL:RBMNE:2014:1407
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding Leerplichtwet door niet-inschrijving schoolgaande minderjarige
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 maart 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die samen met haar echtgenoot het gezag uitoefent over hun minderjarige kind. Gedurende de periode van 8 februari 2012 tot en met 4 juni 2013 heeft de verdachte niet voldaan aan de verplichting om haar kind als leerling op een school in te schrijven, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Leerplichtwet 1969.
De verdachte voerde verweer door te stellen dat zij een beroep deed op vrijstelling vanwege richtingbezwaren gebaseerd op hun levensovertuiging, het Gereformeerd Evangelisch Christendom. Dit beroep was reeds door het gerechtshof afgewezen in een arrest van 20 december 2012, en de kantonrechter vond geen nieuwe feiten die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook het argument dat de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school (13,8 km) te groot zou zijn, werd verworpen omdat de verdachte en haar echtgenoot over een auto beschikken en de afstand in de gegeven woonomgeving als redelijk werd beoordeeld.
Hoewel de verdachte en haar echtgenoot gestructureerd thuisonderwijs verzorgen en toetsen afnemen, achtte de kantonrechter dit onvoldoende om de leerplicht te ontlopen. Gezien de ernst van de overtreding en de eerdere veroordeling legde de rechtbank een geldboete van 500 euro op, waarvan de tenuitvoerlegging wordt opgeschort tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke geldboete van 250 euro toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 500 euro met opschorting en tenuitvoerlegging van een eerdere geldboete.