AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor langdurige uitkeringsfraude door gezamenlijke huishouding
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 april 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die ervan werd verdacht gedurende ruim acht jaar opzettelijk voordeel te hebben getrokken uit een uitkering die zijn moeder ontving, terwijl zij samen een gezamenlijke huishouding voerden. Het onderzoek vond plaats op 27 maart 2014, waarbij verdachte werd bijgestaan door een advocaat.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en zijn moeder vanaf 1 januari 2004 hun hoofdverblijf deelden en een gezamenlijke huishouding voerden, terwijl de moeder een uitkering ontving op basis van de norm van een alleenstaande. Diverse getuigenverklaringen en observaties bevestigden deze situatie. Verdachte was op de hoogte van de uitkering en betaalde geen vergoeding voor de kosten van het huishouden, die deels werden betaald uit de uitkering.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de door misdrijf verkregen uitkering en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uur met een vervangende hechtenis van 120 dagen. De straf weerspiegelt de ernst en duur van de fraude en het misbruik van het sociale stelsel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur wegens langdurige uitkeringsfraude.
Voetnoten
1.Het geschrift, te weten een Besluit ingevolge de Algemene bijstandswet van de Gemeente [woonplaats ] d.d. 9 september 1998, opgenomen op pagina 296 tot en met 298 van het proces-verbaal dossiernummer HSRN [nummer] van de Regionale Sociale Recherche te Nieuwegein, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 775.
2.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 509 tot en met pagina 543.
3.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] ev [getuige 2] d.d. 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 561 en 562.
4.Het proces-verbaal van verhoor van getuigen [getuige 3] en [getuige 4] d.d. 16 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 551 en 552.
5.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 572.
6.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] d.d. 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 576.
7.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 581.
8.Het proces-verbaal van verhoor van [X] d.d. 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 648.
9.Ibidem.
10.Ibidem, pagina 649.
11.Ibidem, pagina 648.
12.Het proces-verbaal van verhoor van [X] d.d. 10 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 654.
13.Het geschrift, te weten een fraudeberekening van de Gemeente [woonplaats ], opgenomen op pagina 599 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.
14.Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 10 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 714.
15.Ibidem, pagina 711.