Verdachte heeft op 5 maart 2012 een bedrag van NLG 91.710,- omgewisseld in euro's bij De Nederlandsche Bank. Het omgewisselde bedrag van €41.616,18 werd gestort op de bankrekening van haar opa. Verdachte gebruikte delen van dit bedrag voor aankopen, waaronder luxe goederen, en gaf ook contant geld aan een derde, B.
De rechtbank oordeelde dat het omwisselen van de guldens slechts één handeling betrof, waardoor gewoontewitwassen niet bewezen kon worden verklaard. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf, mede omdat de gulden al tien jaar geen wettig betaalmiddel meer was en verdachte zelf vraagtekens had bij de herkomst.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 120 uren, met een vervangende hechtenis van 60 dagen indien de werkstraf niet naar behoren wordt verricht. De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van verdachte, die niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.
De tenlastelegging werd bewezen verklaard voor het witwassen van het genoemde bedrag, terwijl verdachte werd vrijgesproken van het meer of anders ten laste gelegde. De rechtbank benadrukte de ernstige bedreiging die witwassen vormt voor de legale economie en de integriteit van het financiële verkeer.