Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift ingekomen op 29 oktober 2013;
- het verweerschrift ingekomen op 15 januari 2014;
- de op 3 maart 2014 ingekomen producties 16 tot en met 18 van verzoeker.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak verzocht de boedelnotaris om benoeming tot vereffenaar van een nalatenschap waarvan de vereffening eerder was opgeheven. Na de opheffing bleek dat twee spaarverzekeringen, afgesloten door de erflater, niet in de vereffening waren betrokken. Deze verzekeringen werden gekwalificeerd als quasi-legaat volgens artikel 4:126 lid 2 sub b BW Pro.
De notaris stelde dat het zijn taak is om legaten te verminderen om schulden van de nalatenschap te voldoen, mede op basis van recente jurisprudentie van de Hoge Raad. Verweerders betwistten het belang van de notaris en stelden dat het verzoek onredelijk was, mede vanwege emotionele belasting en het bestaan van alternatieve mogelijkheden voor betaling.
De rechtbank oordeelde dat de notaris voldoende belang had en dat er voldoende baten waren om de kosten van de vereffening te bestrijden. De rechtbank verwierp het verweer dat de notaris vanwege zijn schuldeiserspositie niet onafhankelijk kon optreden. De benoeming van de notaris tot vereffenaar werd daarom toegewezen, waarbij de kostenveroordeling aan verweerders werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot benoeming van de notaris tot vereffenaar toe om de nalatenschap verder af te wikkelen.