ECLI:NL:RBMNE:2014:1792
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horecabedrijf wegens drugshandel
Verzoeker, exploitant van een eetcafé, verzocht om een voorlopige voorziening tegen besluiten van de burgemeester van Amersfoort die het horecabedrijf met onmiddellijke ingang sloten en de exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunningen introkken vanwege drugshandel.
De burgemeester baseerde zijn besluiten op een bestuurlijke rapportage van de politie en processen-verbaal waaruit bleek dat er tijdens een politie-inval handelshoeveelheden verdovende middelen waren aangetroffen, evenals een weegschaal en grote geldbedragen. Tevens was er informatie over eerdere drugshandel op het adres.
Verzoeker betoogde dat het om gebruikershoeveelheden ging en dat de drugs niet in het bedrijf zelf, maar bij bezoekers was gevonden, waardoor geen sprake zou zijn van drugshandel door het bedrijf. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de burgemeester voldoende aannemelijk had gemaakt dat drugshandel in het bedrijf plaatsvond en dat het niet relevant was of verzoeker zelf handelde.
Omdat verzoeker weigerde toestemming te geven voor inzage in de vertrouwelijke stukken, kon de rechter de rechtmatigheid van het besluit niet volledig toetsen, wat voor risico van verzoeker kwam. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het horecabedrijf bleef gesloten totdat op bezwaar werd beslist.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het horecabedrijf en intrekking van vergunningen wordt afgewezen.