ECLI:NL:RBMNE:2014:1830

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 mei 2014
Publicatiedatum
9 mei 2014
Zaaknummer
2683024 AC EXPL 14-77
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S.C. Hagedoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:404 BWArt. 1:234 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schoolboekenkosten minderjarige wegens ouderlijke betalingsverplichting

De zaak betreft een vordering van een educatiebedrijf tegen een minderjarige die schoolboeken bestelde en de kosten daarvan niet betaalde. De minderjarige was op het moment van bestelling 16 jaar oud en voerde aan dat zijn ouders verantwoordelijk waren voor de kosten van zijn opleiding, conform artikel 1:404 BW Pro, omdat zij de verzorging en opvoeding moeten dragen.

De rechtbank bevestigt dat schoolboeken tot de kosten van verzorging en opvoeding behoren die ouders moeten betalen. Hoewel de minderjarige zelf de overeenkomst sloot, was het niet gebruikelijk dat hij ook de betalingsverplichting op zich nam. Het educatiebedrijf mocht aannemen dat de ouders toestemming hadden gegeven voor de bestelling, maar niet voor het aangaan van de betalingsverplichting.

Omdat het educatiebedrijf geen omstandigheden aanvoerde die anders zouden doen gelden, werd de vordering afgewezen. Ook rente en incassokosten werden niet toegewezen. De educatiepartij werd veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden begroot.

Uitkomst: De vordering tot betaling van schoolboeken door de minderjarige wordt afgewezen omdat de ouders verantwoordelijk zijn voor de kosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 2683024 AC EXPL 14-77 nig/4123
Vonnis van 14 mei 2014
inzake
de besloten vennootschap
[Naam] Educatie B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
verder ook te noemen [Naam],
eisende partij,
gemachtigde: GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [gedaagde],
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verweer van [gedaagde];
- de conclusie van repliek;
- de reactie daarop van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[Naam] vordert betaling door [gedaagde] van € 581,17 met rente en kosten. De hoofdsom (€ 401,18) heeft betrekking op een factuur van 21 september 2011 voor schoolboeken die [gedaagde] in september 2011 besteld heeft.
2.2.
[gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat hij, toen hij de boeken bestelde, nog minderjarig was, en dat zijn ouders verantwoordelijk waren voor de kosten van zijn studie. Zijn ouders hebben echter schulden; hij heeft [Naam] gevraagd om contact op te nemen met de bewindvoerder voor een betalingsregeling.
2.3.
[gedaagde] is geboren in 1995. Op het moment dat hij de boeken bestelde, was hij 16 jaar oud. Inderdaad waren zijn ouders verantwoordelijk voor de kosten van zijn opleiding. Op grond van artikel 1:404 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn ouders verplicht om naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Schoolboeken horen daar zeker bij. [gedaagde] heeft dus gelijk dat zijn ouders deze kosten behoren te dragen.
2.4.
Het is echter wel zo dat [gedaagde] – zoals hij zelf erkend – de boeken zelf besteld heeft. Dat wil zeggen dat hij zelf de overeenkomst met [Naam] gesloten heeft. Dat mocht hij ook doen. In artikel 1:234 BW Pro is het volgende bepaald:
1. Een minderjarige is, mits hij met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger handelt, bekwaam rechtshandelingen te verrichten, voor zover de wet niet anders bepaalt. (…)
3. De toestemming wordt aan de minderjarige verondersteld te zijn verleend, indien het een rechtshandeling betreft ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.
2.5.
Het is niet ongebruikelijk dat een jongere van 16 zelf zijn schoolboeken bestelt. Het spreekt echter niet vanzelf dat die jongere ook de bijbehorende betalingsverplichting op zich neemt. In beginsel zijn hun ouders verplicht om deze kosten te dragen, en de meeste jongeren hebben ook niet zo veel inkomen dat zij dit soort lasten zelf kunnen betalen. Daarom mocht [Naam] ervan uitgaan dat de ouders van [gedaagde] hem toestemming hadden gegeven om zelf de boeken te bestellen, maar niet zonder meer dat zij hem ook toestemming hadden gegeven om zelf de betalingsverplichting op zich te nemen, en evenmin dat het [gedaagde] bedoeling was om dat te doen. [Naam] noemt geen omstandigheden waarom dat in dit geval anders zou zijn. Zij had de bestelling dus zo kunnen en moeten begrijpen dat [gedaagde] zelf de boeken bestelde, en dat zijn ouders de betalingsverplichting op zich namen. Als zij daarover zekerheid wenste, had zij haar bestelformulier op die manier kunnen opzetten.
2.6.
De vordering zal daarom worden afgewezen, evenals de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. [Naam] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [Naam] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2014.