Op 25 maart 2013 werd bij verdachte een contant geldbedrag van €21.029,- aangetroffen, deels verpakt in huishoudfolie en bestaande uit voornamelijk coupures van €500,- en €100,-. Verdachte, die geen baan maar een uitkering heeft, kon geen aannemelijke verklaring geven voor de herkomst van het geld. De rechtbank achtte het aannemelijk dat het geld afkomstig was uit een misdrijf, mede gelet op eerdere veroordelingen van verdachte voor vermogensdelicten en wapenbezit.
De verdediging voerde aan dat het geld afkomstig was van familieleden, die het jaren eerder hadden geleend, maar de rechtbank verwierp deze verklaring wegens gebrek aan geloofwaardigheid en tijdige toelichting. Het verzoek tot het horen van getuigen werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan witwassen en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vier weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het geldbedrag van €21.029,- werd verbeurd verklaard. De straf werd gematigd vanwege eerdere veroordelingen en de samenloop van feiten.