ECLI:NL:RBMNE:2014:2462
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening voorlopige machtiging tot voortduren verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 juni 2014 het verzoek van de officier van justitie om een voorlopige machtiging te verlenen voor het voortduren van het verblijf van betrokkene in GGZ Centraal of een ander psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene verblijft reeds in de instelling en er was discussie over de vraag of het verblijf vrijwillig was.
De raadsvrouw van betrokkene voerde aan dat het verzoek te laat was ingediend en dat betrokkene vrijwillig verbleef, waardoor voortduren van het verblijf niet mogelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke termijnen correct waren nageleefd en dat de voorlopige machtiging het verblijf wettelijk voortzet, ook als sprake zou zijn van vrijwillig verblijf.
De kinder- en jeugdpsychiater verklaarde dat betrokkene lijdt aan persoonlijkheidsproblematiek met een depressieve periode en een risico op zelfbeschadiging. De ouders erkenden de noodzaak van behandeling. De rechtbank concludeerde dat betrokkene geestelijk gestoord is en dat het gevaar voor ernstige zelfbeschadiging niet buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
Op basis hiervan verleende de rechtbank de voorlopige machtiging voor een periode van zes maanden, ingaand op 16 juni 2014, en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verleent voorlopige machtiging voor voortduren verblijf betrokkene in psychiatrisch ziekenhuis voor zes maanden.