2.
hij op omstreeks 10 oktober 1996 te Utrecht, althans in het arrondissement
Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel,
gelegen aan de Domstraat, heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een
hoeveelheid cheques, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [aangever] en/of [winkel], in elk geval aan een ander of
anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld
en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2]
en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
/ of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf
hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, welk geweld en /of welke bedreiging met geweld hierin
bestond(en) dat hij, verdachte,
-een revolver/pistool/vuurwapen/schietwapen, in elk geval een voorwerp om mee te schieten, heeft gericht op die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)
-met een revolver/pistool/vuurwapen/schietwapen, in elk geval een voorwerp om mee te schieten, een kogel heeft afgevuurd op die [slachtoffer 1] waarbij de kogel die [slachtoffer 1] in de schouder (in elk geval in het bovenlichaam) heeft getroffen,