ECLI:NL:RBMNE:2014:2626
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens vondst cocaïne
De gemeente Nieuwegein heeft op 19 mei 2014 besloten een bedrijfspand te sluiten voor de duur van zes maanden nadat op 11 juni 2013 in het pand 823,69 gram cocaïne, weegschalen en gestolen goederen werden aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 13b van de Opiumwet het college bevoegd is tot het opleggen van bestuursdwang bij aanwezigheid van drugs in een pand, waarbij de aangetroffen hoeveelheid cocaïne ruimschoots boven de norm voor eigen gebruik ligt. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat de drugs niet bestemd waren voor verkoop.
Hoewel er een aanzienlijk tijdsverloop van ruim 11 maanden is tussen de vondst en het besluit, achtte de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de openbare orde volledig is hersteld en dat sluiting geen effect meer zou hebben. Het belang van de gemeente om strafbare feiten te voorkomen woog zwaarder dan het belang van verzoeker bij openstelling van het pand.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding het besluit te schorsen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder moet bij de besluitvorming op bezwaar het tijdsverloop nog betrekken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.