Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair en subsidiair ten laste gelegde.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van gijzeling en medeplichtigheid aan de ontvoering van twee personen. De tenlastelegging hield in dat verdachte samen met anderen de slachtoffers wederrechtelijk van hun vrijheid zou hebben beroofd met het oogmerk om derden tot betaling van losgeld te dwingen.
Tijdens de terechtzitting gaf verdachte aan dat hij slechts als bemiddelaar optrad om de gegijzelden vrij te krijgen. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk betrokken was bij de gijzeling. De verdediging benadrukte dat verdachte onschuldig was en dat belastende tapgesprekken onduidelijk waren vanwege vertalingen uit het Spaans.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het opzet van verdachte vast te stellen. Hoewel verdachte telefoongesprekken voerde met familieleden van de gegijzelden, was het niet uitgesloten dat hij enkel bemiddelde. De verklaringen en het dossier lieten ruimte voor twijfel, waardoor verdachte integraal werd vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet en medeplichtigheid aan gijzeling.