De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk bewerken en aanwezig hebben van circa 9.120 gram hennep in een pand te [plaats]. Dit feit werd bewezen verklaard op basis van verklaringen van politiebrigadiers en het bekentenis van verdachte zelf.
Verdachte werd tevens verdacht van witwassen van een bedrag van €15.800,-. De rechtbank sprak verdachte vrij van dit feit omdat aannemelijk was dat het geldbedrag uit eigen inkomsten bestond, waaronder zwart verdiende werkzaamheden, en het enkele voorhanden hebben van dit geld niet als witwassen kan worden aangemerkt.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van €10.000,-. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van verdachte, de persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds het gepleegde feit.
De rechtbank wees de eis van de officier van justitie af die een hogere straf had geëist, mede omdat het witwassen niet bewezen kon worden. Conservatoir beslag op geld en een voertuig bleef gehandhaafd. Het vonnis werd uitgesproken op 15 juli 2014 door een meervoudige strafkamer.