Op 12 oktober 2013 sloeg verdachte zijn echtgenote met een fles op het hoofd en stak haar met een mes in het bovenlichaam, waarbij zij een klaplong opliep. Verdachte was ten tijde van het delict lijdende aan een ernstige depressieve stoornis en verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn handelen tot de dood van het slachtoffer zou kunnen leiden, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet op doodslag. De tenlastelegging poging tot doodslag werd wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De psychiater concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was door zijn psychische stoornis en onttrekking aan sedativa, maar niet geheel ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden, het blanco strafblad, de positieve houding van verdachte ten aanzien van behandeling en het feit dat verdachte na het incident zelf 112 belde.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 210 dagen, waarvan 183 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief verplicht reclasseringscontact en behandeling bij het UMC en eventueel De Waag. Het onvoorwaardelijke deel werd verminderd met de tijd in voorarrest.