Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 789,36+
3.De beslissing.
€ 323.844,05;
€ 321.081,29, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 juni 2014 de ontnemingszaak tegen de veroordeelde wegens medeplegen van hennepteelt in meerdere kwekerijen en oogsten. De officier van justitie vorderde betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €321.081,29. De verdediging betwistte dit en voerde aan dat geen voordeel was genoten, verwijzend naar de vrijspraak in de strafzaak.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het bewezen verklaarde feit van medeplegen en aanwijzingen van eerdere oogsten, onder meer door huurcontracten, productiedata van materialen, vervuilde koolstoffilters en aangetroffen hennepafval. Uitgaande van een gemiddelde kweekcyclus stelde de rechtbank vijf eerdere oogsten in ruimte 1 en vier in ruimte 2 vast.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd overgenomen van het rapport van verbalisanten, waarbij bruto opbrengsten en kosten per oogst werden berekend. Na aftrek van kosten en reeds betaalde elektriciteitskosten kwam de rechtbank tot een netto voordeel van €323.844,05, waarvan zij het bedrag van €321.081,29 vaststelde als ontnemingsbedrag.
De rechtbank achtte aannemelijk dat de veroordeelde voordeel had genoten en dat zijn draagkracht toereikend was om het bedrag te voldoen, waardoor matiging niet opportuun was. De veroordeelde werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor betaling aan de Staat, met de mogelijkheid tot vrijwaring bij betaling door mededaders.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €321.081,29 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, hoofdelijk aansprakelijk met mededaders.