Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de hem tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 juni 2014 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal met geweld en afpersing op 28 november 2013 te een plaats in Midden-Nederland. Verdachte zou samen met een ander geld, een identiteitsbewijs en autopapieren van het slachtoffer hebben gestolen en het slachtoffer hebben bedreigd met de dood of zware mishandeling.
De officier van justitie achtte bewezen dat verdachte samen met een ander geld en documenten had gestolen, maar niet de overige tenlastegelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak voor het gebruik van geweld of bedreiging met geweld. Hoewel werd vastgesteld dat verdachte en medeverdachte aanwezig waren bij het slachtoffer om een zakelijk geschil te bespreken, kon niet worden bewezen dat er diefstal of bedreiging plaatsvond.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd bij verstek gewezen, waarbij één rechter niet mede kon ondertekenen. De tenlastelegging bevatte uitgebreide beschrijvingen van de vermeende bedreigingen en gedragingen, maar deze konden niet worden bewezen. De zaak werd niet gevoegd met die van de medeverdachte, maar wel gelijktijdig behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld en afpersing.