Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Standpunten
3.De beoordeling
dat hij moet meewerken aan een klinische behandeling bij FPA Roosenburg te Den Dolder, of een soortgelijke instelling voor de maximale duur van vier maanden’.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 juni 2014 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, waarvan twee voorwaardelijk opgelegd in 2011. De veroordeelde had de bijzondere voorwaarden, waaronder een klinische behandeling, niet volledig nageleefd. De verdediging voerde aan dat de vordering niet opportuun was en verzocht om verlenging van de proeftijd en wijziging van de voorwaarden.
De rechtbank nam kennis van een brief van GGZ Inforsa waarin stond dat de veroordeelde niet had voldaan aan de voorwaarden. De veroordeelde verklaarde ter zitting dat hij inmiddels niet meer verslaafd was en op vrijwillige basis begeleiding kreeg. De rechtbank achtte deze verklaringen geloofwaardig maar vond het noodzakelijk dat de veroordeelde onder toezicht blijft.
De rechtbank besloot de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, de proeftijd te verlengen met één jaar en de bijzondere voorwaarden aan te passen. De klinische behandeling wordt gewijzigd van Centrum Forensische Behandeling De Ponder te Eindhoven naar FPA Roosenburg te Den Dolder of een soortgelijke instelling voor maximaal vier maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, verlengt de proeftijd met een jaar en wijzigt de bijzondere voorwaarden voor klinische behandeling.