Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primairsamen met anderen hennep heeft gekweekt,
subsidiairhieraan medeplichtig is geweest.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 juli 2014 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van hennepkweek in een pand te [plaats]. De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde feit niet bewezen, maar wel het subsidiaire feit van medeplichtigheid. Verdachte ontkende de tenlastelegging.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen omdat geen nauwe en bewuste samenwerking kon worden vastgesteld. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medeplichtig was aan het kweken van ongeveer 2991 hennepstekken in de periode juni-september 2013. Hierbij heeft verdachte kennis gehad van de hennepkweek en daaraan medewerking verleend.
De rechtbank oordeelde dat het kweken van hennep een strafbaar feit is dat maatschappelijke schade veroorzaakt. Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen en verslavingsproblematiek, werd een werkstraf van 200 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 100 dagen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf werd niet passend geacht.
De straf is opgelegd met inachtneming van de ernst van het feit en de persoon van verdachte. De tijd die verdachte eerder in verzekering heeft doorgebracht, wordt naar rato in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en 100 dagen vervangende hechtenis wegens medeplichtigheid aan hennepkweek.