Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
beschikking van de enkelvoudige familiekamer
[verzoekster],
[belanghebbende],
Het procesverloop
Vaststaande feiten
[minderjarige], geboren op [1997] in de gemeente [gemeente].
Rechtbank Midden-Nederland
De vrouw heeft verzocht om herstel van het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter, nadat zij bij beschikking van 8 mei 2014 uit het gezag was ontheven. Zij stelde dat het belang van het kind vereist dat zij het gezag alleen uitoefent en dat de eerdere beschikking gebaseerd is op onjuiste of onvolledige gegevens.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 1:277 BW Pro, waarbij zij toetste of er sprake is van gewijzigde omstandigheden of onjuiste gegevens sinds de beschikking van 8 mei 2014. De vrouw kon niet aannemelijk maken dat haar dochter op een crisisplaats verbleef, noch dat de eerdere beschikking op onjuiste gegevens was gebaseerd.
Tijdens het kinderverhoor gaf de minderjarige aan geen contact met haar moeder te willen en boos te zijn over het gezagsconflict. De rechtbank concludeerde dat de relatie tussen moeder en kind ambivalent is en dat de moeder onvoldoende aansluiting vindt bij het kind.
De rechtbank benadrukte dat deze procedure geen verkapt hoger beroep is op de eerdere beschikking en dat het verzoek daarom wordt afgewezen. Ook het aanvullende verzoek om herstel van gezag onder de voorwaarde van vernietiging van de eerdere beschikking werd afgewezen.
De vrouw kan tegen deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag af wegens onvoldoende gewijzigde omstandigheden en het ontbreken van onjuiste gegevens.