ECLI:NL:RBMNE:2014:3785
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Stapels-Wolfrat
- D.A. Verburg
- S. Lanshage
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht bij Wwb-uitkering
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €950,35 opgelegd wegens het niet melden van inkomsten uit arbeid in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2013, wat een schending van de inlichtingenplicht onder de Wet werk en bijstand (Wwb) vormt. Verweerder baseerde de boete op artikel 18a van de Wwb, waarbij de boetehoogte gelijk werd gesteld aan het benadelingsbedrag.
Eiser voerde aan dat hij door ernstige verslavingsproblemen en opname in een kliniek niet in staat was tijdig zijn inkomsten te melden, en dat de boete daardoor onevenredig hoog was. Verweerder erkende de overtreding maar zag geen aanleiding tot matiging van de boete. De rechtbank onderzocht de toepasselijke wetgeving en constateerde dat door een wetstechnische fout het Boetebesluit socialezekerheidswetten niet per 1 januari 2013 maar pas per 1 juli 2014 van kracht werd, waardoor het kader voor de boetehoogte niet gefixeerd was.
De rechtbank paste daarom artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toe voor de evenredigheidsbeoordeling, waarbij factoren als aard en ernst van de overtreding, verwijtbaarheid, omstandigheden bij de overtreding en ten tijde van de boeteoplegging werden meegewogen. Hoewel eiser te goeder trouw was, oordeelde de rechtbank dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid door zijn verslavingsproblematiek. Ook werd vastgesteld dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden bij de boeteoplegging.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet tijdig in de gelegenheid was gesteld om in bezwaar te worden gehoord, wat strijdig was met artikel 7:2 van Pro de Awb. Gelet op de omstandigheden en het wettelijke kader bepaalde de rechtbank de boete op €300, wat zij als evenredig beschouwde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en legt de boete van €300 op. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt verminderd van €950,35 naar €300 wegens schending van de inlichtingenplicht en persoonlijke omstandigheden.