In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 4 februari 2014 uitspraak gedaan in een geschil over de vergunningverlening voor de realisatie van een parkeerplaats in Rhenen. De Stichting Werkgroep Milieubeheer Rhenen heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, dat op 30 oktober 2013 een omgevingsvergunning heeft verleend voor de aanleg van de parkeerplaats Palmerswaard. Eiseres betoogde dat de vergunning niet had mogen worden verleend vanwege strijd met Europese richtlijnen en de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw). Eiseres stelde dat de aanleg van de parkeerplaats significante nadelige effecten heeft op de beschermde soorten in het gebied en dat verweerder had moeten wachten op de onherroepelijkheid van de Nbw-vergunning van de provincie Utrecht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning in overeenstemming met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is behandeld en dat de vergunning is verleend met inachtneming van de relevante wetgeving. De rechtbank oordeelde dat er geen gebreken zijn aangetoond in de vergunningverlening en dat de keuze van verweerder om vooruit te lopen op de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan juridisch is toegestaan. De rechtbank concludeerde dat de beroepsgrond van eiseres niet slaagde en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn op de hoogte gesteld van de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.