ECLI:NL:RBMNE:2014:3989

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 augustus 2014
Publicatiedatum
9 september 2014
Zaaknummer
C/16/376252 / JE RK 14-2035
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 29c Wet op de jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van vijf minderjarigen wegens dreiging vertrek naar Syrië

Op 29 augustus 2014 verzocht de Raad voor de Kinderbescherming Utrecht om vijf minderjarigen uit Huizen voorlopig onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. Dit verzoek volgde op een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst waarin werd gemeld dat de ouders, voorstanders van IS, vermoedelijk met hun kinderen naar Syrië wilden vertrekken om zich daar te vestigen.

De kinderrechter oordeelde dat het dringend en onverwijld noodzakelijk was om de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen voor maximaal drie maanden en hen met spoed uit huis te plaatsen. Het verhoor van de belanghebbenden kon niet worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor de kinderen.

Daarom werd een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor vier weken, met ingang van 29 augustus 2014, en werd bepaald dat deze machtiging van kracht blijft indien het nog te nemen indicatiebesluit tot uithuisplaatsing strekt. De kinderrechter stelde een hoorzitting op 8 september 2014 in om de belanghebbenden te horen, waarna verdere beslissingen zouden volgen.

Uitkomst: De kinderrechter stelde vijf minderjarigen voorlopig onder toezicht en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing wegens dreiging vertrek naar Syrië.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
locatie Utrecht
Voorlopige ondertoezichtstelling en crisismachtiging uithuisplaatsing
Zaak-/rolnummer: C/16/376252 / JE RK 14-2035
Beschikking van de kinderrechter d.d. 29 augustus 2014 met betrekking tot de minderjarigen:
[kind 1], geboren op [2005] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [kind 1].
[kind 2], geboren op [2008] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [kind 2].
[kind 3], geboren op [2010] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [kind 3].
[kind 4], geboren op [2011] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [kind 4].
[kind 5], geboren op [2013] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [kind 5].
De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:
- [de vader],
wonende te [woonplaats],
- [de moeder],
wonende te [woonplaats].
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders [de moeder] en [de vader].

1.Verloop van de procedure

1.1.
Op 29 augustus 2014 heeft de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Utrecht (hierna: de Raad), telefonisch en vervolgens op 1 september 2014 schriftelijk verzocht [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en alvast een voorlopige ondertoezichtstelling uit te spreken voor de duur van drie maanden. Daarnaast heeft de Raad verzocht om onmiddellijk een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van drie maanden.

2.Vaststellingen en overwegingen

2.1.
De Raad heeft de volgende informatie -zakelijk weergegeven- verstrekt. Op
29 augustus 2014 ontving de Raad een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In dat ambtsbericht werd vermeld dat er sterke aanwijzingen zijn dat de ouders samen met [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] van plan zijn op zeer korte termijn naar Syrië te vertrekken om zich daar te vestigen. De ouders betonen zich voorstanders van IS en hebben vermoedelijk de intentie om zich te vestigen in het kalifaat van IS
2.2.
Op grond van de verkregen informatie komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is - hangende een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of een ondertoezichtstelling geboden is - [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] voorlopig onder toezicht te stellen voor een termijn van ten hoogste drie maanden.
2.3.
Tevens komt de kinderrechter tot het voorlopig oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] met spoed worden uithuisgeplaatst.
2.4.
Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht, zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5].
2.5.
De kinderrechter zal, in afwachting van dit verhoor, een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de periode van vier weken. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld op het verzoek te worden gehoord. Datum, plaats en tijdstip van de hoorzitting staan hierna vermeld.

3.Beslissing

De kinderrechter
3.1.
stelt [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] – in afwachting van het onderzoek – voorlopig onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, met ingang van 29 augustus 2014 tot 29 november 2014;
3.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] in een voorziening voor verblijf pleegouder 24 uurs, met ingang van
29 augustus 2014 tot 26 september 2014;
3.3.
bepaalt dat de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht blijft indien het nog te nemen indicatiebesluit strekt tot uithuisplaatsing;
3.4.
verklaart onderdeel 3.1. en 3.2 van deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
bepaalt dat de Raad voor de Kinderbescherming te Utrecht en de overige belanghebbenden terzake zullen worden gehoord ter terechtzitting van
8 september 2014 te 14.45 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Utrecht, aan het Vrouwe Justitiaplein 1;
3.6.
houdt de beslissing voor het overige aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 29 augustus 2014 uitgesproken en ondertekend op 1 september 2014 in tegenwoordigheid van mr. E.J.C. Hermans, griffier.
Tegen deze uitspraak kan inzake de uithuisplaatsing beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.