ECLI:NL:RBMNE:2014:412

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 februari 2014
Publicatiedatum
6 februari 2014
Zaaknummer
16/600888-11 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10 lid 1 OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 48 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte betrokkenheid drugslab Baarn niet bewezen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 5 februari 2014 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en het bezit van synthetische drugs (MDMA, PMMA) in Baarn. Verdachte werd aangehouden nadat een drugslab werd aangetroffen in een door hem gehuurde garage en loods.

Verdachte verklaarde dat hij deze ruimtes onderverhuurde aan zijn zoon en dat hij niet op de hoogte was van de drugslabactiviteiten. Deze verklaring werd bevestigd door getuigenverklaringen, waaronder van een inmiddels overleden medeverdachte. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij voorbereidingshandelingen of wetenschap had van de drugslabactiviteiten.

De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak. De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van verdachte dat zijn zoon iets opzette, mogelijk alcoholproductie, onvoldoende is om betrokkenheid aan te tonen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.

De tenlastelegging betrof het voorbereiden en aanwezig hebben van grote hoeveelheden MDMA en PMMA, alsmede het medeplegen van drugshandel. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij drugslabactiviteiten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/600888-11 (P)
vonnis van de meervoudige strafkamer van 5 februari 2014
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1] te [woonplaats].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 januari 2014, waarbij de officier van justitie en de raadsman, mr. A. van der Waal, advocaat te Amsterdam, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: samen met een ander voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van materiaal bevattende MDMA en/of materiaal bevattende amfetamine en/of materiaal bevattende PMMA;
feit 2: samen met ander opzettelijk een (grote) hoeveelheid MDMA en/of PMMA aanwezig heeft gehad dan wel medeplichtig is geweest bij/tot het samen met een ander opzettelijk aanwezig hebben van een (grote) hoeveelheid MDMA en/of PMMA.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
3.1
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De rechtbank is van oordeel dat officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging.
De raadsman van verdachte heeft subsidiair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Nu het primair gevoerde verweer, strekkende tot vrijspraak van verdachte voor beide ten laste gelegde feiten, slaagt, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van het gevoerde verweer met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte van beide ten laste gelegde feiten vrij te spreken.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van beide ten laste gelegde feiten bepleit.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte is aangehouden op 7 september 2011 nadat in een door hem gehuurde garage aan [adres 2] te Baarn een productielocatie voor synthetische drugs (MDMA) werd aangetroffen. In een daarnaast gelegen, eveneens door verdachte gehuurde loods, is een droog- en tabletteerruimte aangetroffen.
Verdachte heeft verklaard dat hij deze ruimten onderverhuurde aan zijn zoon [medeverdachte 1]de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) en dat hij niets met de productielocatie of de droog-/tabletteerruimte te maken heeft. Verdachte heeft ook verklaard dat hij ook niet van het bestaan van de productielocatie en de droog-/tabletteerruimte op de hoogte was.
Deze verklaring van verdachte vindt bevestiging in de verklaringen van de (inmiddels overleden) medeverdachte [medeverdachte 3].
Uit de verklaringen van diverse getuigen, de overige stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is evenmin gebleken dat bij verdachte enige (concrete) wetenschap bestond met betrekking tot de productielocatie en de droog-/ tabletteerruimte.
Hoewel uit het dossier kan worden afgeleid dat bij verdachte het vermoeden bestond dat zijn zoon en [medeverdachte 3] bezig waren om ‘iets’ op te zetten, waarbij verdachte dacht aan het maken van alcohol of alcoholconcentraat, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij (het verrichten van voorbereidingshandelingen ten behoeve van) de productielocatie en de droog-/tabletteerruimte noch dat er bij verdachte enige wetenschap ten aanzien van (de voorbereidingshandelingen ten behoeve van) de productielocatie en/of de
droog-/tabletteerruimte bestond. De rechtbank zal verdachte daarom van beide ten laste gelegde feiten vrijspreken.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
Spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. R.P. den Otter en
mr. G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2014.
BIJLAGE: De tenlastelegging
1.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart
2011 tot en met 7 september 2011 te Baarn en/of Amsterdam en/of Hilversum
en/of (elders) in Nederland om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van
Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende
MDMA en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine
en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende PMMA,
(telkens) zijnde (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende
lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- ( telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen
tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- ( telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)
stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft
gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij
bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes mededaders (telkens)
opzettelijk daartoe:
- meerdere, althans een, vervoermiddel(en) gehuurd en/of geregeld en/of ter
beschikking gesteld en/of
- meerdere, althans een, garage(s) en/of garagebox(en) en/of loods(en) en/of
bedrijfsruimte(s) gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of
- chemicaliën (waaronder PMK (piperonylmethylketon) en/of safrol en/of
isosafrol en/of mierenzuur en/of piperonal en/of zoutzuur en/of aceton en/of
benzaldehyde besteld en/of vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad
en/of
- bindmiddelen en/of vulmiddelen en/of kleurstoffen besteld en/of vervoerd
en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of
- ( een) tabletteermachine(s)/tabletteerinrichting(en) en/of (een)
maalmachine(s) en/of (een) mengtrommel(s) en/of (een) stempel(s) en/of
- ( een) rondbodemkol(f)(ven) en/of (een) reactievat(en) en/of een roermotor
en/of andere apparatuur ten behoeve van de productie van synthetische drugs
besteld en/of laten maken en/of gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of
voorhanden gehad;
art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 4 Opiumwet Pro
2.
Primair
hij op of omstreeks 7 september 2011 te Baarn en/of Amsterdam, althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad 14.312,34 gram en/of 7, althans één of meer
tablet(ten) (totaal gewicht 2,02 gram),in elk geval een grote hoeveelheid van
een materiaal bevattende MDMA,
en/of 24, althans één of meer tablet(ten) (totaal gewicht 5,58 gram), in elk
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of PMMA,
zijnde MDMA en/of PMMA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet
art 10 lid 1 ahf Pro/ond a alinea Opiumwet
Subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) ander(en)
op of omstreeks tot en met 7 september 2011 te Baarn
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
14.312,34 gram en/of 7, althans één of meer tablet(ten) (totaal gewicht 2,02
gram),in elk geval een grote hoeveelheid van
een materiaal bevattende MDMA, en/of 24, althans één of meer tablet(ten)
(totaal gewicht 5,58 gram), in elk
geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of PMMA,
zijnde MDMA en/of PMMA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a
van die wet
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of
omstreeks de periode 1 maart 2011 tot en met 7 september 2011 te Baarn, in elk
geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk
gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]
en/of [medeverdachte 3] en/of (een) ander(en)
- ruimte voor de opslag (en/of productie) hiervan en/of
- een (pomp)wagentje en/of pallets (beide voor vervoer van een zwaar apparaat)
ter beschikking te stellen;
art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet
art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet
art 11 lid 2 Opiumwet Pro
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht