Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de rolbeslissing van 14 mei 2014,
- de akte nadere uitlating van eisers.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen Hoya Lens Nederland B.V. en een verhuurder enerzijds, en drie gedaagden anderzijds, over bestuurdersaansprakelijkheid in verband met onbetaalde leveringen en huurbetalingen van een opticienbedrijf, HWB, dat failliet ging.
Hoya leverde brillenglazen aan HWB, die tot december 2011 bestellingen plaatste. Hoya stelde dat gedaagden wisten of hadden moeten weten dat HWB niet zou kunnen betalen, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was onderbouwd, mede gezien een kapitaalinjectie in juli 2011 en het feit dat het faillissement pas in juli 2012 werd uitgesproken.
De verhuurder vorderde betaling van onbetaalde huur van [gedaagde 1], een lege vennootschap die huurder werd. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder van deze vennootschap aansprakelijk kan zijn indien hij wist dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Gedaagden mogen bewijzen dat de verhuurder hiervan op de hoogte was gesteld. De aansprakelijkheid van andere gedaagden werd afgewezen wegens onvoldoende stellingen.
De rechtbank wees de vorderingen van Hoya af en veroordeelde haar in de proceskosten. De procedure over de aansprakelijkheid van de bestuurder van de huurder wordt voortgezet met nader bewijs en getuigenverhoren.
Uitkomst: Vorderingen van Hoya worden afgewezen; bewijslevering toegestaan voor aansprakelijkheid bestuurder huurder lege vennootschap.