Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG MEDIRISK B.A.,
1.De procedure
- het verzoek tot een beslissing in een deelgeschil ex artikel 1019w Rv van [verzoeker];
- het verweerschrift van OLVG en MediRisk;
- het faxbericht van 17 juni 2013 van [verzoeker] waarbij productie 27 is overgelegd;
- de mondelinge behandeling op 18 juni 2013, waarvan aantekening is gehouden en proces-verbaal is opgemaakt;
- de pleitaantekeningen van [verzoeker].
- de brief van 8 januari 2014 van [verzoeker] waarbij een exemplaar van de aanvullende rapportage d.d. 9 september 2013 opgesteld door neuroloog Vermeulen wordt overgelegd;
- de schriftelijke toelichting van 12 februari 2014 met bijlagen van [verzoeker];
- het schriftelijke stuk (“dupliek”) van 12 maart 2014 van OLVG en MediRisk.
2.De feiten
Is er een kans, uitgaande van een zorgvuldige behandeling, dat het uitruimen van de tussenwervelschijven op het correcte niveau L4-L5 op den duur tot klachten als gevolg van vervroegde slijtage van de wervelkolom kan leiden?Zo ja, kunt u (globaal) aangeven op wat voor termijn en in welke mate, en tot welke klachten en beperkingen dat aanleiding kan geven?Naar mening van ondergetekende kunnen postoperatief na het uitruimen van de discus klachten ontstaan, gemeenlijk samengebracht onder het hoofdstuk: “failed back surgery”. Meestal treden in die situatie klachten op snel dan wel onmiddellijk in aansluiting op de operatie. Waar de operatie bij betrokkene plaatsvond in 2006 (derhalve meer dan zeven jaar geleden) en betrokkene geen klachten uitte tijdens mijn eerste onderzoek op 01-12-2 1008, is het niet zo dat er bij betrokkene gesproken kan worden van een “failed back surgery syndrome”. Dat het uitruimen van de tussenwervelschijf op langere termijn nog klachten zal opleveren, is uitermate onwaarschijnlijk.
Welke klachten en beperkingen zijn naar uw mening een rechtstreeks gevolg van de operatie op het verkeerde niveau L3-L4?
Is er een kans dat het uitruimen van de tussenwervelschijf op het verkeerde niveau L3-L4 op den duur tot klachten als gevolg van vervroegde slijtage van de lendenwervelkolom kan leiden?Voor wat betreft de beantwoording van deze vraagstelling moge verwezen worden naar hetgeen hierboven bij de beantwoording van vraag 3 is gesteld.
3.Het deelgeschil
het verzoekte bepalen dat de door neuroloog Vermeulen in zijn rapport van 13 juni 2009 onder vraag 5 vermelde beperkingen in causaal verband staan met het onzorgvuldig medisch handelen door OLVG op 3 maart 2006.
4.De beoordeling
“Concluderend is er bij betrokkene sprake van een persisterend radiculair irritatie- en licht uitvalssyndroom na een herniaoperatie, waarbij in eerste instantie één niveau te hoog en een dag later op het juiste niveau is geopereerd, waarbij betrokkene vóór de eerste operatie zeer veel pijnklachten had in het L5 dermatoom links met, zoals uit de dossiergegevens moge blijken, een voetheffersparese MRC-schaal graad 4+ links.”