De minderjarige, geboren in 2006, is onder toezicht gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJZ) tot 3 maart 2015. Eerder was een machtiging tot gesloten jeugdzorg verleend van 3 maart tot 3 oktober 2014. BJZ verzocht om verlenging van deze machtiging voor vijf maanden vanwege de noodzaak van voortzetting van de gesloten plaatsing.
Tijdens de mondelinge behandeling op 26 september 2014 waren aanwezig de advocaat van de minderjarige, de moeder en de gezinsvoogd namens BJZ. De minderjarige en vader waren niet verschenen. Vanwege de jonge leeftijd en het ingrijpende karakter van de maatregel bracht de kinderrechter op 30 september 2014 een bezoek aan de verblijfplaats van de minderjarige en hoorde hem daar.
De kinderrechter stelde vast dat de minderjarige in de gesloten setting veilig is en structuur krijgt, en dat de problematiek en benodigde behandeling duidelijker zijn geworden. De verlenging wordt gezien als een trajectmachtiging met het oog op een toekomstige overgang naar een halfopen groep. De machtiging dient als vangnet om terugplaatsing in gesloten setting mogelijk te maken indien nodig.
De kinderrechter oordeelde dat de verlenging noodzakelijk is op grond van artikel 29h lid 3 van de Wet op de jeugdzorg, vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren en om onttrekking aan zorg te voorkomen. De machtiging wordt verlengd van 3 oktober 2014 tot 3 maart 2015.