Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan Hoogvliet B.V. een last onder dwangsom op wegens het niet afdekken van verticale koelmeubelen, in strijd met artikel 2.15, eerste lid, van het Activiteitenbesluit. Verweerder beriep zich op een terugverdientijd van vijf jaar of minder, berekend op brancheniveau, terwijl eiseres stelde dat door het gebruik van het LESS-systeem de terugverdientijd langer is dan vijf jaar.
De rechtbank oordeelt dat de terugverdientijd voor de toepassing van artikel 2.15 moet worden bepaald op het niveau van de inrichting en niet op brancheniveau. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de specifieke omstandigheden van het LESS-systeem dat een hogere milieuwinst oplevert en dat het afdekken van koelmeubelen ten koste gaat van het rendement van dit systeem.
Omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de maatregel een terugverdientijd van vijf jaar of minder heeft in dit specifieke geval, was hij niet bevoegd om handhavend op te treden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.