ECLI:NL:RBMNE:2014:508
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 5 december 2013 vond een terechtzitting plaats bij de politierechter in een strafzaak tegen verzoekster, waarbij mr. P. Bender de rechter was. Tijdens deze zitting werd door mr. Visser, advocaat van verzoekster, een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Bender wegens vermeende vooringenomenheid. De wrakingsgrond was dat de politierechter een oordeel zou hebben gegeven over de geloofwaardigheid van verzoekster, wat de schijn van vooringenomenheid zou wekken.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 24 januari 2014 in het openbaar behandeld. Mr. Visser stelde dat passages in het proces-verbaal niet correct waren weergegeven, met name over de taalvaardigheid van verzoekster. De politierechter ontkende een oordeel te hebben gegeven over de geloofwaardigheid en stelde dat hij begreep dat verzoekster de Nederlandse taal niet machtig was.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat het oordeel van de politierechter over het ongeloofwaardig achten van bepaalde verklaringen geen bijzondere omstandigheid vormt die wijst op vooringenomenheid. Ook is vastgesteld dat de procesbeslissing om getuigen niet te horen een normale procesbeslissing is die niet inhoudelijk getoetst wordt tenzij deze onbegrijpelijk is.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen bewijs is dat de politierechter een oordeel gaf over de algehele geloofwaardigheid van verzoekster en dat het wrakingsverzoek daarom niet toewijsbaar is. Het verzoek tot wraking is dan ook afgewezen en deze beslissing is op 7 februari 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen politierechter mr. Bender is afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.