ECLI:NL:RBMNE:2014:529
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens objectieve partijdigheid kantonrechter
Op 6 december 2013 heeft verzoeker tijdens een strafzitting bij de kantonrechter te Lelystad een wrakingsverzoek ingediend tegen mr.drs. Van Lieshout wegens vermeende objectieve partijdigheid. De gronden voor dit verzoek werden pas op 15 januari 2014 schriftelijk ingediend. Tijdens de openbare behandeling van het wrakingsverzoek op 24 januari 2014 heeft verzoeker aanvullende feiten en omstandigheden aangevoerd.
De rechtbank beoordeelt het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 6 EVRM Pro. Hierbij geldt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De rechtbank stelt vast dat de gronden voor wraking niet tijdig en onvoldoende gemotiveerd zijn ingediend en dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet specifiek gericht zijn tegen de kantonrechter.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek niet toewijsbaar is en wijst het verzoek af. Deze beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter mr. O.E. Mulder en leden mr. A.E. The-Kouwenhoven en mr. G. Perrick en is op 7 februari 2014 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Van Lieshout wegens vermeende objectieve partijdigheid wordt afgewezen.