ECLI:NL:RBMNE:2014:536
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die belast was met de behandeling van een civiele zaak, omdat hij meende dat de kantonrechter partijdig handelde door het toelaten van bepaalde producties en door vragen die haar onpartijdigheid in twijfel zouden trekken.
De kantonrechter had de producties van de tegenpartij toegelaten omdat deze tijdig waren ingediend en verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om zich hierop voor te bereiden. Ook de kantonrechter verklaarde dat haar vraag over eerdere zaken van verzoeker een 'slip of the tongue' was en niet bedoeld om diens deskundigheid in twijfel te trekken.
De wrakingskamer overwoog dat het beginsel van onpartijdigheid een vermoeden is dat slechts door uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken. De procesbeslissingen van de kantonrechter waren niet onbegrijpelijk of ingegeven door vooringenomenheid. Ook de gestelde onjuistheden in het proces-verbaal boden geen grond voor wraking.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd tevens het verzoek om te oordelen dat de mondelinge behandeling nog niet was gesloten afgewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor partijdigheid.