Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
6.Beslissing
vrij.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 21 mei 2014 werd een negenjarig meisje op het schoolplein te Leusden ontuchtig belaagd door een onbekende man. Verdachte werd dezelfde dag aangehouden op basis van signalementen en een fotobewijsconfrontatie. De rechtbank beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en constateerde dat belangrijke kenmerken zoals haarkleur en kleding niet overeenkwamen met verdachte.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de fotobewijsconfrontatie en stelde dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig was. De rechtbank vond dat het bewijs niet overtuigend was en kende de fotobewijsconfrontatie weinig waarde toe, mede omdat verdachte in de buurt van het slachtoffer woonde en mogelijk eerder was gezien.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De voorlopige hechtenis werd opgeheven. De zaak benadrukt het belang van overtuigend bewijs bij ontuchtzaken met minderjarige slachtoffers.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor poging tot ontucht.