ECLI:NL:RBMNE:2014:5461

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2014
Publicatiedatum
4 november 2014
Zaaknummer
16-653496-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77p Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen omzetting leerstraf naar jeugddetentie

De zaak betreft een bezwaarschrift van een veroordeelde tegen de omzetting van een opgelegde leerstraf, bestaande uit een agressieregulatie training (TACT), naar vervangende jeugddetentie. De oorspronkelijke straf was opgelegd door de kinderrechter in 2012. In 2014 heeft de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd dat het niet wenselijk is de TACT-training uit te voeren, omdat de veroordeelde inmiddels gesloten is geplaatst en een agressiebehandeling ondergaat die de training overbodig maakt.

De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard, aangezien de omstandigheden zijn gewijzigd en de leerstraf geen meerwaarde meer heeft. De jeugdreclasseerder bevestigde dit standpunt. De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en de betrokkenen gehoord op 14 oktober 2014.

Op basis van het onderzoek en de inhoud van de brief van de Raad voor de Kinderbescherming oordeelt de rechtbank dat het uitvoeren van de leerstraf geen toegevoegde waarde meer heeft. Daarom wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard en wordt de omzetting van de leerstraf naar jeugddetentie tegengehouden.

De beslissing is genomen op grond van artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht en uitgesproken op 28 oktober 2014 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de leerstraf naar jeugddetentie is gegrond verklaard en de omzetting wordt niet doorgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/653496-12
Datum uitspraak: 28 oktober 2014
Beslissing ex artikel 77p Wetboek van Strafrecht
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van het bezwaarschrift op grond van artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door:

[veroordeelde],geboren op [1998] te [geboorteplaats] (Ecuador),

wonende aan de [adres] te [woonplaats],
hierna te noemen de veroordeelde.
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Utrecht van 6 november 2012, waarbij aan de veroordeelde onder meer een taakstraf is opgelegd, bestaande deze straf uit:
een leerstraf, te weten Agressieregulatie Training TACT, voor de duur van 32 uren subsidiair 16 dagen vervangende jeugddetentie;
- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 maart 2014, waaruit blijkt dat het niet wenselijk is dat de training TACT wordt uitgevoerd, aangezien de veroordeelde gesloten is geplaatst en in dat kader behandeling tegen agressie krijgt, waardoor de TACT-training geen toegevoegde waarde heeft;
- een kennisgeving omzetting taakstraf naar jeugddetentie van 8 augustus 2014 van de officier van justitie;
- een bezwaarschrift namens de veroordeelde van 18 augustus 2014.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 14 oktober 2014, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde, diens raadsman mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, alsmede mevrouw K. Haffmans, jeugdreclasseerder.
OVERWEGINGEN:
Ter zitting van 14 oktober 2014 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard, nu het niet (meer) wenselijk is dat de training TACT wordt uitgevoerd en deze omstandigheid niet aan de veroordeelde te wijten is.
Mevrouw Haffmans heeft ter zitting verklaard dat de betreffende leerstraf geen meerwaarde meer heeft, gelet op de behandeling in het kader van de civiele maatregel.
Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voornoemde brief van de Raad voor de Kinderbescherming, is de rechtbank van oordeel dat het uitvoeren van de betreffende leerstraf geen toegevoegde waarde meer heeft. Het bezwaarschrift van de veroordeelde dient derhalve gegrond te worden verklaard.
De rechtbank heeft gelet op artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen voormelde kennisgeving
gegrond.
Aldus gedaan door mr. Z.J. Oosting, kinderrechter tevens voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en R.S.B. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 oktober 2014.
Mrs. Oosting en Kool zijn buiten staat mede te ondertekenen.