ECLI:NL:RBMNE:2014:5609

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 november 2014
Publicatiedatum
7 november 2014
Zaaknummer
16-600733-11 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontnemingsvordering na vrijspraak medeplegen hennepteelt en diefstal elektriciteit

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 november 2014 de ontnemingszaak tegen verdachte, die was vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €85.800,-.

Tijdens de terechtzitting van 21 oktober 2014 verzochten zowel de officier van justitie als de verdediging tot afwijzing van de ontnemingsvordering. De rechtbank stelde vast dat de verdachte bij vonnis van dezelfde dag was vrijgesproken van de relevante feiten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel had verkregen.

Op basis hiervan wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en legde geen verplichting tot betaling op. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen vanwege de vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/600733-11 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 november 2014
in de ontnemingszaak tegen
[verdachte],
geboren op [1992] te Curaçao (Nederlandse Antillen),
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres
[adres] te [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 april 2013 en 21 oktober 2014.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/600733-11, waaruit blijkt dat verdachte bij vonnis van 4 november 2014 van deze rechtbank is vrijgesproken ter zake van -kort gezegd- het medeplegen van en de medeplichtigheid aan hennepteelt en het medeplegen van diefstal van elektriciteit;
- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, met bijlagen, nr. 2011164431 d.d. 20 september 2011 en herzien op 10 februari 2014, pagina 1 - 9;
- de overige stukken,
en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht.

2.De beoordeling

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 85.800,-.
Ter terechtzitting van 21 oktober 2014 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging verzocht tot afwijzing van de ontnemingsvordering.
De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde bij vonnis van 4 november 2014 is vrijgesproken van de hem -in dit kader relevante- ten laste gelegde feiten. Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen zoals is uiteengezet in het rapport van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
Wijst afde schriftelijke vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.J.P. Schotman, voorzitter,
mrs. G. Perrick en J.G. van Ommeren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 november 2014.