Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
de provincie Noord Holland, te Haarlem, gemachtigde: mr. A.F.P. van Mierlo, D.J.M. Janmaat, R.A. Kramer, P.R. Vos, J.A.M. van Wijk en W. Derksen).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een verleende omgevingsvergunning voor de reconstructie van de op- en afritten ter plaatse van de A1 en de N525 te Laren. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het project te voorkomen. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek gezamenlijk behandeld.
Eiser stelde vraagtekens bij de noodzaak, aard en ruimtelijke gevolgen van de reconstructie. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om af te wijken van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan was voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit de ingebrachte rapporten bleek dat de huidige verkeersdruk leidt tot onvoldoende restcapaciteit, waardoor de reconstructie noodzakelijk is. Tevens viel de toename van geluid en fijnstof binnen de wettelijke normen.
De belangen van omwonenden zijn zorgvuldig afgewogen tegen de noodzaak van de reconstructie. Gezien de spoedeisendheid en het feit dat de aanbesteding bijna was afgerond, werd het verzoek om voorlopige voorziening behandeld, maar uiteindelijk afgewezen omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.