AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling poging tot zware mishandeling van levensgezel en mishandeling van derde
Op 17 mei 2014 heeft verdachte zijn levensgezel ernstig mishandeld door haar bij de nek op te tillen, keel dicht te knijpen, aan haar haren naar de grond te trekken en haar meerdere malen te stompen en te trappen. Dit werd aangemerkt als poging tot zware mishandeling. Op 13 juni 2014 heeft verdachte een derde mishandeld door hem met kracht in het gezicht te slaan.
De rechtbank achtte de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, politieconstateringen en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte handelde onder invloed van alcohol en had een voorgeschiedenis van soortgelijke delicten.
De officier van justitie eiste negen maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, alcoholverbod en contactverbod met het slachtoffer.
Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke straf deels ten uitvoer gelegd wegens het overtreden van de proeftijd, met een verlenging van de proeftijd met één jaar. De rechtbank benadrukte het belang van de bijzondere voorwaarden om recidive te voorkomen en de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0900-2014123607(A), bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 39). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 mei 2014, met bijlage, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 17 tot en met 23, met name pagina 17 en 19.
3.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 november 2014.
4.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0900-2014153474 (ongenummerd, inhoudende 18 pagina’s), bevinden. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
5.Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 13 juni 2014, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2], hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 1 tot en met 3, met name pagina 2.
6.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 13 juni 2014, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 1 en 2.
7.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2014, met bijlage, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4], hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 1 tot en met 3, met name pagina 1.
8.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 november 2014.