Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 juni 2013;
- het proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2013;
- de akte houdende overlegging productie van Stichtse Monumenten en DVC.
2.De feiten
“WMV Beheer B.V. of nader te noemen dochter (monumenten BV)”€ 416.000,00. De gemeente heeft op 20 januari 2009 besloten tot het aangaan van de koopovereenkomst met en overeenkomstig het bod van [B]. Op 29 januari 2009 hebben de gemeente en [B] namens WMV Beheer de koopovereenkomst betreffende de villa getekend.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“[naam] en ik hebben gemeld dat ik niet alleen het beheer ga doen, maar om praktische redenen ook deelgenoot word (aandeelhouder) gegeven het feit dat de Stichtse Monumenten B.V. binnen 2 weken opgericht gaat worden, gevraagd of hij er een probleem mee had, als we binnen een week niets horen is het geen probleem.”. Dit is door de gemeente betwist.
NJ2013, 256; Societas Regendi et Administrandi/De Jong).
“[naam] en ik hebben gemeld dat ik niet alleen het beheer ga doen, maar om praktische redenen ook deelgenoot word (aandeelhouder) gegeven het feit dat de Stichtse Monumenten B.V. binnen 2 weken opgericht gaat worden, gevraagd of hij er een probleem mee had, als we binnen een week niets horen is het geen probleem.”Dit betreft een aantekening die DVC direct na het gesprek heeft gemaakt. Voorts heeft Stichtse Monumenten een verklaring overgelegd van [B] die luidt:
“Ik ben aanwezig geweest bij het gesprek op 10 maart 2009 met de heer [F] (de betrokken projectleider van de gemeente Zeist) en de heer[A]. Tijdens dat gesprek heeft de heer[A] aan de heer [F] medegedeeld te overwegen aandeelhouder te worden van de vennootschap die het perceel geleverd zou krijgen. De heer [F] vond dat geen enkel probleem.”.