Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige in 2001 te Austerlitz. De tenlastelegging betrof verschillende vormen van ontucht, waaronder aanrakingen en seksuele handelingen.
Tijdens de terechtzitting op 7 november 2014 verschenen verdachte en zijn advocaat. De officier van justitie achtte het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en verzocht om vrijspraak. De verdediging betoogde eveneens dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende betrouwbaar en niet ondersteund door onafhankelijk bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van de aangeefster authentiek en gedetailleerd was, deze onvoldoende werd ondersteund door onafhankelijk bewijs. Alle verklaringen waren afkomstig van één bron en werden ruim elf jaar na het vermeende feit afgelegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.