ECLI:NL:RBMNE:2014:6318
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.E. Somsen
- E.A.A. van Kalveen
- G.V.M. Veldhoen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 25 november 2014 een ontnemingszaak tegen verdachte, die veroordeeld was voor handel in cocaïne in de periode van 25 juni tot en met 29 juli 2014. De procedure vond plaats binnen de wettelijke termijnen en betrof de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €5.250, gebaseerd op een berekening van de totale opbrengst minus geschatte kosten. De verdediging voerde aan dat de berekening te hoge gemiddelden bevatte en dat verdachte niet over voldoende draagkracht beschikt om het bedrag te voldoen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte gemiddeld 2 bolletjes cocaïne per afname verkocht voor €20, met circa 15 afnemers per dag gedurende 35 dagen, wat een omzet van €10.500 opleverde. Kosten werden geschat op 50% van de omzet, waardoor het netto voordeel €5.250 bedroeg. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging wegens onvoldoende onderbouwing en concludeerde dat de draagkracht van verdachte niet aannemelijk ontoereikend is.
Op basis hiervan stelde de rechtbank het te ontnemen bedrag vast op €5.250 en legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €5.250 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.