Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- in het gelaat links een onscherp begrensde paars-blauw-rode vlekkige verkleuring van onderhuidse bloeduitstorting,
- aan de kin een vage, groene, ronde huidverkleuring van onderhuidse bloeduitstorting,
- aan de rechterwang / kin een vage paarse vlekkige huidverkleuring van onderhuidse bloeduitstorting,
- aan het rechteroor een blauwpaarse huidverkleuring van onderhuidse bloeduitstorting,
- enige roodheid aan de basis van het lipriempje,
- een vage iets rechthoekige huidverkleuring aan de borstkas.
- aan de ledematen paarse en rode huidverkleuringen van onderhuidse bloeduitstortingen.
wanneerhet letsel is toegebracht. De conclusie van de deskundigen, dat het letsel moet zijn ontstaan na het moment dat [slachtoffer] voor het laatst gezond en goed functionerend is gezien en voordat de klinische noodsituatie is ingetreden, beantwoordt die vraag evenmin.
- [slachtoffer] in ieder geval op 5 november 2013 rond 12.40 uur gezond en goed functionerend is gezien door [moeder] en haar moeder,
- verdachte op enig moment bij [slachtoffer] aanwezig was terwijl zij zich in een klinische noodsituatie bevond en reanimatiebehoeftig was,
- verdachte om 15.33 uur zijn vriendin [moeder] heeft gebeld,
- verdachte om 15.37 uur 112 heeft gebeld,
- de ambulancemedewerkers en de politiemedewerkers die ter plaatse zijn gekomen bevestigen dat [slachtoffer] reanimatiebehoeftig was en in een zeer zorgelijke toestand verkeerde.
nietmet een voldoende mate van zekerheid concluderen dat het verdachte moet zijn geweest die het letsel aan [slachtoffer] heeft toegebracht.