Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
1 Verduistering;
2 Oplichting;
3 Valsheid in geschrift, meer malen gepleegd.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
Verdachte heeft twee verklaringen gebruikt welke valselijk zijn opgemaakt. Hij heeft daarbij gebruik gemaakt van documenten met handtekeningen van het slachtoffer, waarover hij beschikte uit hoofde van zijn werkzaamheden.
Door op voornoemde wijze te handelen heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden, zij zijn door de verdachte gedupeerd en hen is overlast bezorgd. Verdachte heeft gehandeld uit puur winstbejag en zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden. Bovendien heeft verdachte door zijn optreden het vertrouwen in de medemens, van wie oudere mensen in toenemende mate afhankelijk zijn, ernstig geschaad. Door gebruik te maken van twee valselijk opgemaakte verklaringen heeft verdachte getracht justitie te misleiden. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
- een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 21 oktober 2014, waaruit blijkt dat de verdachte reeds tweemaal eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen;
- een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 24 november 2014, waaruit volgt dat de reclassering vanwege de ontkennende houding van verdachte geen reclasseringscontact geïndiceerd acht.
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
.Dit nadere onderzoek levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
1 Verduistering;
2 Oplichting;
3 Valsheid in geschrift, meer malen gepleegd.
9 maanden.
[A]af.
[benadeelde 2]toe tot een bedrag van € 7.000,--.
[benadeelde 3]niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
[benadeelde 4]niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.