Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden;
Rechtbank Midden-Nederland
Op 30 augustus 2014 pleegde verdachte samen met anderen een diefstal uit een bedrijfspand te Nieuwegein, waarbij zij met geweld een harddisk recorder meenamen. Tijdens de poging tot inbraak in het pand werd een kluisruimte opengebroken en schoot verdachte of een medeverdachte op het slachtoffer. Verdachte had tevens een vuurwapen en munitie bij zich.
De rechtbank stelde vast dat verdachte en zijn medeverdachten nauw en bewust samenwerkten, met een gedetailleerd plan en voorbereiding, waaronder het huren van gereedschap en het dragen van bivakmutsen. De vlucht werd gevolgd door het achterlaten van kleding en gestolen goederen. Bewijsmiddelen zoals DNA, schoensporen, speurhonden en NFI-onderzoek ondersteunden de betrokkenheid van verdachte.
Verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht en ontkende niet, maar de rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was van de feiten. De rechtbank verwierp het beroep op het jeugdstrafrecht vanwege onvoldoende concrete aanwijzingen en de ernst van de feiten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en kende een immateriële schadevergoeding toe aan het slachtoffer van €1.000,- met wettelijke rente. De rest van de schadevordering werd afgewezen wegens onevenredige belasting van het strafgeding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf en een schadevergoeding van €1.000,- voor medeplegen van gewelddadige diefstal en wapenbezit.