Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“ (…) Betreft: Herinnering informatieverzoek (…) Op 2 augustus schreef ik een informatieverzoek, aan u gestuurd op 3 augustus per fax. Tot op heden heb ik nog niets van u vernomen op dit schrijven. Ik wil u graag aan dit verzoek herinneren, en vragen het alsnog zo spoedig mogelijk uit te voeren.
(…) ”
“(…) Betreft: Vaststellen hoogte dwangsom i.v.m. WOB verzoek CJIB nummer 3062 5421 6311 9371 (…) Bij uitblijven van enige reactie heb ik u op 4 september wederom een fax verstuurd als ingebreke stelling, waarin ik u herinner aan de brieven. Omdat u wederom niet heeft gereageerd verbeurt u een dwangsom. Ik heb inmiddels begrepen dat u een WOB verzoeken verstuurd d.m.v. fax niet behandeld. (…) Derhalve verzoek ik u de hoogte van de dwangsom vast te stellen en over te maken naar rekeningnummer (…).”Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden als vermeld bij het procesverloop, waarbij verweerder in zijn visie op 25 juni 2013 een besluit heeft genomen op het door eiseres ingediende bezwaarschrift van 24 december 2012. Partijen hebben daarnaast aan elkaar over en weer diverse brieven gestuurd.
“(…) Om aanspraak te kunnen maken op de dwangsom, moet de aanvrager het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke stellen. Daarbij dient hij het bestuursorgaan nog enige tijd te gunnen om alsnog te beslissen, anders heeft de ingebrekestelling immers geen zin. (…)”.Uit de totstandkomingsgeschiedenis voornoemd en uit de Memorie van toelichting zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de Raad van State (kamerstukken II, 2004-2005, 29934, nr. 6, p. 8), volgt dat inherent is aan een ingebrekestelling dat er nog een termijn gegund wordt om aan de verplichtingen te voldoen, welke termijn in de voorgestelde regeling is gefixeerd op twee weken.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;