In deze zaak vordert Gemeente Hilversum schorsing van de uitvoerbaarheid van een verstekvonnis waarbij zij werd veroordeeld tot betaling van €69.291,06 plus rente en kosten. Het verstekvonnis was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gemeente Hilversum stelt dat het vonnis op juridische en feitelijke misslagen berust en dat er sprake is van misbruik van executiebevoegdheid door eiser. Daarnaast vordert zij zekerheidstelling in de vorm van een bankgarantie.
De kantonrechter overweegt dat het verzet tegen een verstekvonnis niet automatisch schorsende werking heeft en dat de belangen van partijen moeten worden afgewogen. Gelet op het feit dat het verstekvonnis een geldvordering betreft en het niet aannemelijk is dat het vonnis geen stand zal houden, wordt schorsing afgewezen. Wel acht de kantonrechter het passend om zekerheidstelling op te leggen vanwege het restitutierisico, mede gezien het beperkte inkomen van eiser en het ontbreken van inzicht in zijn financiële situatie.
De bankgarantie wordt vastgesteld op €75.000, lager dan door Gemeente Hilversum gevorderd. Het verzoek om een dwangsom en zekerheidstelling voor advocaatkosten wordt afgewezen. De kosten van het incident worden gecompenseerd en de zaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter R.M. Berendsen en op 17 september 2014 in het openbaar uitgesproken.