ECLI:NL:RBMNE:2014:747
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onterecht geheven griffierecht bij toevoeging echtgenoten
Verzoekers, een echtpaar, dienden verzet in tegen het door de griffier van de Rechtbank Midden-Nederland in rekening gebrachte griffierecht van €448,00 in een civiele procedure. De griffier had het volledige griffierecht geheven omdat slechts voor één van de echtgenoten een toevoeging was verleend. De advocaat van verzoekers stelde dat op grond van artikel 15 WGBZ Pro en een uitspraak van de Raad van State alleen afzonderlijke toevoegingen aan echtgenoten moeten worden verleend indien zij zelfstandige, van elkaar te onderscheiden rechtsbelangen hebben.
De rechtbank stelde vast dat de Raad voor Rechtsbijstand de aanvraag voor een toevoeging voor de heer verzoeker had afgewezen omdat de werkzaamheden onder de reeds verleende toevoeging aan zijn echtgenote vielen. Gezien de jurisprudentie van de Raad van State was het aannemelijk dat beide echtgenoten onder dezelfde toevoeging vielen, zodat het griffierecht onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de griffier ten onrechte het hogere griffierecht had geheven en dat het juiste griffierecht €75,00 bedroeg. Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en beval de griffier het teveel betaalde bedrag van €373,00 aan verzoekers terug te betalen.
Uitkomst: Verzet tegen griffierecht gegrond verklaard en griffier opgedragen €373,00 terug te betalen.