Op 25 oktober 2013 heeft verdachte samen met een mededader op de openbare weg in Naarden een jonge vrouw bij een pinautomaat beroofd van 150 euro en een pinpas. De diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met een zilverkleurig waterpistool. Het slachtoffer werd bedreigd en kreeg een forse schouderduw, wat bij haar angst en onzekerheid veroorzaakte.
De rechtbank stelde vast dat verdachte strafbaar is voor diefstal met geweld gepleegd door twee of meer verenigde personen. De tenlastelegging werd op enkele punten verbeterd zonder nadeel voor de verdediging. De verdediging sloot zich aan bij de bewezenverklaring van de officier van justitie. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
De rechtbank achtte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien de ernst van het feit en het strafrechtelijk verleden van verdachte. De opgelegde straf bedraagt 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldingsplicht bij de reclassering en deelname aan gedragsinterventies.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding van €1.387,50. De rechtbank kende €1.157,50 toe, bestaande uit het gestolen geld en kosten vervanging bankpas, en wees overige vorderingen af. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld en verplicht tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, met een hechtenisstraf als dwangmiddel bij niet-betaling.
Het vonnis werd uitgesproken op 20 februari 2014 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland te Lelystad.