Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
mr. C.H.P. Groot-van Ederen,werkzaam bij
Rensen advocaten,
mr. G.J.M. Gussenhoven, werkzaam bij
Immix advocaten,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat centraal of de nalatenschap van de overleden erflater moet worden vereffend volgens de wet of dat de executeur haar taak kan voortzetten. Verzoekster heeft verzocht om verweerster als executeur te schorsen of te ontslaan, terwijl verweerster dit heeft bestreden.
De nalatenschap is beneficiair aanvaard door partijen. De kantonrechter stelt vast dat de nalatenschap niet ruimschoots toereikend is om alle schulden te voldoen, mede vanwege onduidelijkheid over de samenstelling en waarde van de activa en passiva, waaronder hypothecaire geldleningen en onroerende goederen waarvan de verkoopwaarde onzeker is. Er zijn ook geen maatregelen getroffen die waarborgen dat er geen onbekende schuldeisers zijn.
Daarom is de taak van de executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 sub d BW Pro geëindigd en moeten de erfgenamen gezamenlijk als vereffenaars optreden. Het verzoek om verzoekster uitsluitend als vereffenaar aan te wijzen wordt afgewezen omdat geen gegronde reden is om van het uitgangspunt van gezamenlijke vereffening af te wijken.
De kantonrechter wijst de verzoeken om schorsing of ontslag van de executeur af omdat de taak van de executeur feitelijk is geëindigd. De nalatenschap moet volgens de wettelijke vereffeningsregels worden afgehandeld.
Uitkomst: De taak van de executeur is geëindigd omdat de nalatenschap niet ruimschoots toereikend is, waardoor de nalatenschap volgens de wet moet worden vereffend.